|
Geschreven door Alma Nak
|
|
vrijdag 20 maart 2009 00:00 |
Een echt team vormen ze. Dick, Hans en Harry. Je kunt wel zeggen dat het boezemvrienden zijn. Ze kennen elkaar nog van de lagere school en dat is nu dus al zo'n kleine dertig jaar. Vrijwel elke week gaan ze vissen en daarna wat drinken. U kent dat wel. Ook met verjaardagen zien ze elkaar en de vrouwen kunnen goed met elkaar overweg.
Alleen Harry is vrijgezel, maar ook hij is er altijd bij. Hij heeft juist meestal het hoogste woord. De laatste tijd gaat het echter niet zo goed met Harry. Hij is stil, maakt geen geintjes meer en heeft de laatste paar keer zelfs afgebeld." Harry, wat is er jongen? Zo kennen we je niet." Op die vraag komt geen antwoord. Ja, dat er niks is enzo. Ontwijkende taal dus. Dan, als Dick jarig is belt Harry weer af." Zeg maat, ik ben er niet vanavond. Ik heb een barstende koppijn. Dick laat het maar zo, maar besluit om er op terug te komen. De week erna gaat Harry zowaar weer mee vissen. Hij voelt wel aankomen dat ze meer willen weten en om de vragen wat in te dammen gaat hij weer eens mee. Dick haalt hem altijd op en is zijn voor¬nemen van de week ervoor nog niet vergeten. Daarom komt hij ongeveer een half uur eerder dan afgesproken bij het huis van Harry.Alles is stil en de achterdeur staat open. Zoals dat bij echte vrienden kan, loopt Dick naar binnen.Als hij de kamer binnenstapt ziet hij Harry....... Deze zit op de bank en kijkt geschrokken op. Dick ziet meteen dat het mis is. Harry kijkt hem met een nog betraand gezicht aan. "Kom op man, voor de draad ermee! Je kunt me nou moeilijk meer vertellen dat er niks is." Harry, die wel door heeft dat hij nu klem zit, begint stotterend te praten."Jullie hebben makkelijk lullen... Jullie zijn getrouwd... Ik moet alles alleen opknappen. Verdomme... Ik voel me zo eenzaam!" Tja, daar is Dick wel even stil van. Zoiets had hij van die vrolijke vlotte Harry niet verwacht. Maar ja, hij zit er maar mee. En wat kan Dick er aan doen? "Tja, jongen, ik wil je graag helpen, maar ik kan moeilijk naar buiten lopen en zo effe een meid voor je van straat plukken." Dick gaat zitten en overtuigt Harry ervan dat hij in elk geval mee moet gaan. "Je moet niet bij de pakken neer gaan zitten man! Kom op, meegaan en we maken er wat van!" Oke, da's makkelijker gezegd dan gedaan, maar Harry snapt ook wel dat Dick gelijk heeft. Ze gaan en 't wordt inder¬daad een gezellige dag. Ook de weken erna gaat Harry weer trouw mee en zowaar fleurt hij weer helemaal op. Hij heeft 't nou tenmin-ste gezegd; de jongens weten het. Dat heeft 'm goed gedaan. Hij is weer helemaal de oude en zegt:"Jullie hebben gelijk. Je kunt zoiets niet af-dwingen. Als 't zo moet zijn, kom ik de ware wel tegen!" Vaak denkt hij er zelfs niet eens meer aan. Het is weer zaterdag en prachtig weer. Wederom gaan onze vrienden vissen en Harry is weer bloedfanatiek. Hij gaat ietsje verderop zitten en op de vraag of hij soms Remy heet, grijnst hij breed. "Schieten jullie maar op..... Jullie hebt vandaag geen schijn van kans....:' De zon klimt en Harry vangt z'n visje. Inderdaad vist hij de anderen er finaal uit. Die grinniken maar eens wat. "Tjonge, die Harry is toch maar weer helemaal bijgetrokken zeg." merkt Hans op.Weer vangt Harry een vette brasem. Zijn leefnet zit al aardig vol en hij besluit het maar eens leeg te gooien. Hierna wordt het rustig met vangen. Steeds warmer wordt het en soezerig zit Harry naar z'n dobber te kijken. Hij zit half voorover op zijn zitmand en dan roept Dick: 'Je mag wel uitkijken dat je de plomp niet inkiept jongen!!" Harry lacht en wijst triomfantelijk naar zijn nog natte schepnet.Wederom wordt het stil aan het water. Totdat..... Harry hoort achter zich het gras ritselen en kijkt om. Dan ziet hij..... Een hoogblonde jonge dame naderen uit de categorie Miss World. Ze komt recht op hem toe lopen. "Goeiemiddag, lekker zitten hier zeker??" Harry kijkt verward om zich heen en antwoordt: "Eueueuhhhh, jaaaa, zeker lekker zitten hier. "Vis je hier wel vaker?" Harry antwoordt en er ontstaat een geannimeerd gesprek. Ze gaat naast hem zitten en vraagt honderduit. Steeds dichter komt ze bij hem zitten en vraagt tenslotte:"Mag ik je hengel eens vasthouden?" Gewillig draagt Harry zijn kostbare kleinoot aan haar over. Om kort te gaan vrienden: Het duurt niet lang of ze zit bij hem op schoot. Gepassioneerd houdt hij haar vast totdat..... Een geweldige plons de vredige rust verstoort. Dick en Hans springen tegelijk overeind."Shit, Harry ligt d'r in!" Ze rennen erheen en trekken Harry op de kant. Deze gaat op z'n zit¬mand zitten en mompelt: "Verdomme, ik was in slaap gevallen en zat denk ik wat te dagdromen…..”
|