|
Geschreven door Alma Nak
|
|
woensdag 25 juli 2007 00:00 |
Het is al wekenlang snikheet. De spreekwoordelijke mussen vallen van het dak en deze zomer gaat vast en zeker de boeken in als een der records. Meerdere hittegolven in een zomer is alleen al een unieke gebeurtenis en dan hebben we het nog niet over de lengte van deze hittegolven. Vissen is niet echt ideaal in dit soort omstandigheden, alhoewel....In de avonduren op de paling of snoekbaars of...... Met de korst op karper. Dat plan vatten onze vrienden Henry Snoek en Bert Baars dan ook op. Onze fanatiekelingen laten zich echt niet door een beetje warmte van het water verjagen, dus efkes na het werk een hengeltje uitgooien. Zo ook vandaag. Ze hebben beiden wat eerder vrij genomen en dus gaan ze al om vijf uur in hun boot het meer op. Ze gaan het proberen aan de overkant. Daar staat een dikke rietkraag met een prachtig plompenveld in die hoek daar. Hier moet toch een karpertje te foppen zijn nietwaar?! zegt Henry tegen zijn vriend. Het is ongelooflijk broeierig en er zit absoluut onweer in de lucht. Toch maar proberen. Als het te gek wordt, zijn we zo weer aan de kant zegt Henry. Zoals zo vaak met naderend onweer is de vis goed aktief. Veel beweging in het water en er wordt regelmatig een karper gehaakt. Lang niet allen worden gevangen, maar toch pakken onze vrienden allebei een paar leuke exemplaren. Geen records, maar ze zijn er druk mee. Een paar schubkarpertjes en zelfs een spiegel van ruim 60 cm. wordt hun deel. Plotseling, vanuit het niets lijkt het wel, begint het stevig te waaien. De heren, die tot dan toe alleen oog hadden voor de voor hen liggende rieten, kijken om en zien een inktzwarte lucht naderen. Henneman, we moeten maken dat we wegkomen. Dat is echter sneller gezegd dan gedaan, maar in rap tempo ruimen ze de boel op en een minuut of vijf later zijn ze onderweg terug. Dan vallen ook de eerste druppels al naar beneden. Je kent dat wel, van die dikke, vette druppels, waarvan je gewoon aan je water voelt dat dit nog maar een fraktie is van wat komen gaat. Als onze vrienden net over de helft van het meer zijn, gebeurt het: Henry kijkt achterom en hij gilt: Shiiiiiiit, een windhoos. Ook Bert kijkt nu om en beiden zien ze de kenmerkende slurf over het water op zich afkomen. Bert stuurt weg van de slurf, hoewel je de koers van zo’n ding natuurlijk nooit kunt voorspellen. Goddank passeert het geweld hen op voldoende afstand, maar dan ineens regent het nog veel harder. Enige tijd later is de slurf van de windhoos voorbij en naderen onze mannen de oever. Henry springt op de kant en doordat ze nu de veilige oever hebben bereikt worden ze weer wat meer ontspannen. Bert, die nog in de boot zit, krijst opeens: Heeeee, Henneman, moet je nou eens kijken in de boot!!!. Henry komt eraan en kijkt in de boot, die door de vele regen wel met zeker tien centimeter water gevuld is. De boot zit vol met een grote hoeveelheid kleine visjes. Waar komen die nou vandaan? roept Henry. Nou, wat dacht je van die windhoos? Zal wel een school speldaas aan de oppervlakte geweest zijn. We hebben daarnet een Visbui op onze nek gehad!!!
|