|
Geschreven door Alma Nak
|
|
maandag 28 mei 2007 00:00 |
Al om 5 uur 's ochtends zaten ze aan het water, onze vrienden Bert en Henry. Vandaag zouden ze de witvis het leven zuur proberen te maken. Ze zaten lekker, al was het nog wel aardig fris, zo vroeg in de morgen. De vangst was nu niet bepaald om over naar huis te schrijven. Hoewel, Henry begon na een kwartiertje lekker te vangen. Eerst kleine voorns, die allengs groter werden. Toen kwamen de brasems op het voer en de ene na de andere platte kwam binnen. Bert werd er al enigszins flauw van, maar dat liet hij, goede vismaat als hij is, niet merken. Een uurtje later had Bert er drie en Henry was de tel kwijt. Toen Henry een loeier van een brasem, die zeker 60 cm mat, boven het schepnet dirigeerde, terwijl hij hierbij een juichkreet niet kon onderdrukken, was voor Bert de maat vol. Hij liep naar Henry. "Hoe kan dat nou man, we vissen met precies dezelfde spullen, hetzelfde aas en hetzelfde voer en we zitten ook nog vlak naast elkaar". Henry zette z'n brasem terug en keek op. "Heel simpel." zei hij. "Voordat ik 's morgens opsta, kijk ik eerst even naar mijn vrouw. Als zij op d'r linker zij ligt, vis ik links en als ze op d'r rechter zij ligt, vis ik rechts. Altijd prijs, daar heb ik nog nooit mis mee gegokt". Bert kijkt hem spottend aan, maar trekt dan direkt weer een ernstig gezicht. "Maar wat nou," vraagt hij "als ze op haar rug ligt?" Henry tovert een brede grijns op zijn gezicht. "Jongen, denk na, dan ga ik toch helemaal niet vissen......."
|